Foto

In het voorjaar en de zomer schieten de bloemen uit de grond. Je kunt hier prachtige foto's van maken. Maar hoe doe je dat nu eigenlijk? In dit blog geef ik 10 tips en trucs om je bloemen foto’s nog mooier te maken!

Tip 1: Gebruik een macrolens

Om dichtbij je onderwerp te komen is het erg handig als je in het bezit bent van een macrolens. Je kunt daarmee heel dichtbij je onderwerp komen. Wanneer je bijvoorbeeld alleen een 50mm lens hebt, kun je eventueel gebruik maken van tussenringen of voorzetlensjes om wat dichter bij de bloem kunnen komen.

Tip 2: Neem handige dingen mee

Omdat je bij het fotograferen vaak op de grond ligt of zit, kan het handig zijn als je iets van een vuilniszak mee hebt. Je houdt niet alleen jezelf en je kleding, maar ook je camera nog een beetje schoon.

Verder heb ik in mijn fototas nog wat ‘rommel’ zitten die ik gebruik om dingen een beetje uit beeld of juist in beeld te houden. Plastic boterhamzakjes (ongekleurd) gebruik ik in het onscherpe gebied vlak voor mijn lens om in de onderkant van het plaatje wat rommel buiten beeld te houden en wat zachtheid te creëren.

Ik gebruik met regelmaat de Wimberley PP-200 The Plamp II om mijn onderwerp juist gefixeerd in beeld te houden. Dit is een soort flexibele slang met een klem aan het uiteinde waarmee je bijvoorbeeld een bloem kunt fixeren. Om een onderwerp soms net even wat beter uit te lichten, heb ik een klein zaklampje bij me.

Tip 3: Gebruik een groot diafragma

Niet iedereen houdt ervan, maar ik ben liefhebber van zachtheid en dromerigheid in foto’s. Die sfeer ontstaat niet wanneer je werkt met een klein diafragma (een hoog f-getal). Er zijn dan te veel details zichtbaar en dat zorgt voor een drukker beeld. Deze zachte foto's krijg je door een groot diafragma te gebruiken. Ik gebruik meestal een f-waarde van f/2.8 tot f/4.0 tijdens het fotograferen.

Tip 4: Speel met onscherpe gebieden

Naast een groot diafragma kun je de zachtheid om je onderwerp heen verder beïnvloeden door voorwerpen in het onscherpe gebied te plaatsen. Zo kun je er bijvoorbeeld voor zorgen dat zaken in het scherpere deel van je foto enigszins worden afgedekt en een soort van zachte deken krijgen.

Tip 5: Weet wat er bloeit

De bloemen die ik hieronder heb neergezet zijn allen redelijk goed vindbaar in de natuur om je heen. Bossen en parken, maar misschien zelfs wel in je eigen tuin. In dit overzicht heb ik de voor mij meest interessante bloemen neergezet en gecombineerd met hun bloeiperiode zodat je weet wat je kunt verwachten als je in de aankomende tijd op pad gaat. Met het weer buiten weet je het echter nooit dus houd wel een beetje een marge aan.

10 tips voor het fotograferen van bloemen - 4

Tip 6: Let op je compositie

Probeer je onderwerp vanaf dezelfde hoogte, of zelfs lager, dan je onderwerp te fotograferen. Wanneer ik fotografeer ligt mijn camera regelmatig plat op de grond. Als je eenmaal voor je onderwerp ligt of zit, probeer dan eens te kijken wat het doet als je nog een stukje achteruit gaat.

Over compositie zijn hele boeken geschreven. Waar het op neerkomt is er voor te zorgen dat je een boeiende foto maakt waar je fijn naar kunt kijken. Zorg voor niet te veel obstakels in je beeld. De kijker moet duidelijkheid hebben over het onderwerp.

Leer meer over compositie

Tip 7: Let op de ruimte in een foto

Verder vind ik ruimte in een foto erg belangrijk. Ruimte, het klinkt zo simpel maar ik zie regelmatig plaatjes langskomen waarbij het onderwerp in de verdrukking komt. Ik hou van ruimte, omdat ik vind dat een mooi onderwerp dat verdient. Door de ruimte krijgt een foto meer onscherpe delen en wordt het geheel een stuk rustiger. Hierdoor is de foto vaak veel fijner om naar te kijken. Een bos bloemen zet je thuis ook niet tussen veel andere voorwerpen maar geef je de ruimte omdat ze gezien mogen worden.

Tip 8: Durf te experimenteren

Het kan leuk zijn om wat te experimenteren met spielerei. Een streng kerstboomlampjes die je in de voor- of achtergrond neerlegt of ophangt. Ook met stukjes aluminiumfolie kun je zorgen voor een net wat specialer plaatje. Een verstuiver met water (plantenspuit of zoiets) kan de suggestie wekken van dauwdruppels.

Creatief gebruik maken van eenvoudige hulpmiddelen en van de in de omgeving aanwezige materialen vind ik eigenlijk het leukste. Je kunt je compositie verder opbouwen met bijvoorbeeld een andere bloem, een blad van een varen, een ‘you name it’ etc.

Gebruikmakend van de mogelijkheden die het onscherpe gebied heeft plaats je deze extra’s zodanig dat je compositie interessanter, leuker, speelser, kleuriger wordt. Je kunt zelfs de de eventuele zachtheid, de belichting en contrasten verder beïnvloeden.

Tip 9: Bokeh en lichtbubbels

Velen zijn er gek op, anderen vinden het niets. Ik behoor duidelijk tot de eerste categorie. Bokeh en lichtbubbels zijn gemakkelijker te verkrijgen met een groot diafragma (f4.0 - f2.8). Wanneer de achtergrond van je onderwerp bijvoorbeeld een struik is waar licht doorheen schijnt, zorgt een groot diafragma er voor dat niet de details van die struik in beeld komen maar slechts de vage vormen. En het licht dat er doorheen schijnt, krijgt de vorm van bubbels. Je krijgt dit effect nog makkelijker wanneer je de camera vanuit een lager standpunt omhoog richt in de richting van het licht.

Tip 10: Bewerk je foto's

Je wilt de aandacht van de kijker naar het onderwerp trekken. Ik ben er van overtuigd dat elke foto nog mooier kan worden als je een beetje overweg kunt met bijvoorbeeld Lightroom of een andere fotobewerkingsprogramma. Het loont de moeite ook daar tijd in te investeren.

Om er voor te zorgen dat dit gebeurt kun je bijvoorbeeld je onderwerp lokaal wat oplichten. Een andere manier om dit te doen is toevoegen van een zacht, vloeiend vignette. Vanzelfsprekend kun je beide combineren.

Het verminderen van schaduwen en zwart tinten zorgt er voor dat je foto wat frisser oogt. Let er hierbij echter wel op dat je niet overdrijft, want het risico dat je hiermee ruis toevoegt is nadrukkelijk aanwezig. Deze handeling kun je op de gehele foto maar natuurlijk ook uitsluitend lokaal toepassen.

Om wat meer dynamiek in het beeld te krijgen, kun je bovendien het contrast wat ophogen en dit combineren met het terugschuiven van je zwarten. Let ook hierbij op een eventuele toename van de ruis.

Bovenstaande tips voor het fotograferen van voorjaarsbloemen zijn volgens mij nuttig, leuk wellicht, maar absoluut geen noodzaak. Vanzelfsprekend moet je er natuurlijk bovenal voor zorgen dat je gewoon geniet en lol hebt met je hobby!

We maken reizen naar speciale soorten en gaan op zoek naar spectaculaire locaties en omstandigheden. Alles voor de mooiste foto’s. Dan komen we thuis en ploffen neer in onze tuin. Terwijl we genieten van de lente om ons heen mijmeren we van verre plekken waar we net vandaan komen of nog naartoe willen. Maar hebben we genoeg oog voor de pracht en praal om ons heen? Heb je wel eens gezien wat voor prachtige natuur er groeit tussen de tuinkabouter en het tuinpad? Wat er bloeit naast de emmer? Wat voor lichtspel er komt als de buren hun paraplu opzetten? In dit blog laat ik je zien wat je allemaal kunt doen in eigen tuin!

Een ode aan de ‘gewone’ soort

Fotografie gaat niet om de mooiste plek, de zeldzaamste soort of het meest spectaculaire moment. Fotografie gaat om het mooiste beeld op iedere plek, van iedere soort en op ieder moment. Natuurlijk zijn kievitsbloemen prachtig of het vrouwenschoentje (een orchidee) maar ga eens ècht kijken naar alle ‘gewone’ soorten in je tuin. Die zijn soms mooier dan welke zeldzame soort ook… Fotograferen is leren kijken, ècht kijken. Begin daar eens mee.

Isoleer het onderwerp

Wanneer je met macro of details te maken hebt gaat het om een onderwerp in een ruimte. Als fotograaf moet je zorgen dat je onderwerp duidelijk naar voren komt en niet vastgeplakt zit aan de achtergrond. Je wilt je onderwerp isoleren. Dat kan op verschillende manieren: met scherpte, kleur of licht.

1. Isoleren met scherpte

Een scherp onderwerp op een onscherp achtergrond zorgt ervoor dat je duidelijk ziet wat het onderwerp is. Immers, ons oog stelt ook altijd scherp op datgene wat we willen zien en zorgt dat de rest naar de achtergrond verdwijnt. In een eerder blog van mij kun je meer lezen over het werken met scherpte, onscherpte en scherptediepte.

2. Isoleren met kleur

Wanneer je onderwerp een afwijkende kleur heeft ten opzichte van de omgeving trekt dat ook de aandacht. Dan maakt het weinig uit wat de kleur van de omgeving of het onderwerp is, iets wat afwijkt van het grotere geheel trekt gewoon de aandacht.

3. Isolatie met licht

Ons oog trekt altijd naar lichte delen in een foto. Wanneer je onderwerp lichter is dan de omgeving heb je meteen de volle aandacht. Zo fotograferen niet veel mensen een bloem van achteren. Maar het tegenlicht in de foto hieronder schijnt zo mooi door de blaadjes, dat je een perfecte isolatie krijgt als je de foto wat onderbelicht:

Macro technieken in je eigen tuin! - 5

Let goed op de compositie

Compositie gaat over de verdeling in de ruimte, waar plaats je je elementen in de foto en hoe zou je die kunnen verbinden? Daarbij heb je de ruimte die het onderwerp inneemt en alles eromheen. Officieel wordt gesproken over de positieve en de negatieve ruimte. De positieve ruimte is de ruimte die het onderwerp inneemt in de foto, de negatieve ruimte is alles eromheen. Beetje een vreemde bewoording, het is immers de negatieve ruimte die jij als fotograaf gebruikt om de foto spannend te maken. Er zijn een paar zaken waar je op kunt letten: laat ruimte over, gulden snede of regel van derden, achtergrond en werken met onscherpte.

1. Laat ruimte over

Heb je een mooie bloem gevonden, dan is de eerste vraag hoe je deze in de ruimte van het beeld gaat plaatsen. Je kunt kiezen om krap te kaderen waarbij je alle details mooi ziet of juist wat ruimer te kaderen met meer omgeving. Het laatste beeld is veel spannender. Kijk, een bloem is al mooi van zichzelf, dat is niet jouw verdienste. Hoe jij hem echter in de ruimte plaatst is een artistieke keuze.

2. De gulden snede of regel van derden

Als je dan graag ruimte over wilt laten, is de vraag waar je het onderwerp in het beeld moet plaatsen. Links, rechts, boven, onder? Ken je de gulden snede nog (of regel van derden, bijna hetzelfde)? Zet je onderwerp eens in een zogenaamd 1/3 punt, dan oogt je foto meteen veel spannender.

3. De achtergrond

De achtergrond is het allerbelangrijkste! Niet de bloem? Nee! Als gezegd is de bloem mooi van zichzelf, daar kun jij niets aan doen. Maar de achtergrond wel. Door de juiste achtergrond te kiezen maak je je foto extra spannend. De achtergrond mag niet concurreren met het onderwerp maar moet juist ondersteunen. Dus niet té scherp maar hij mag wel herkenbaar zijn.

4. Werken met onscherpte

Over scherpte, onscherpte en scherptediepte heb ik al eens een uitgebreide blog geschreven, maar wist je dat je niet alleen mooie onscherpte in de achtergrond kan creëren? Ook de voorgrond kun je onscherp maken en dat geeft een extra spannend element aan je compositie. Zonder teveel in de techniek te duiken, lees daarvoor het andere blog nog eens door, kan ik wel zeggen dat alles wat zich tussen jou en je onderwerp bevindt véél onscherper wordt dan alles wat zich achter je onderwerp bevindt. De scherptediepte vóór het onderwerp is veel kleiner dan erachter en met dat concept kun je heel mooi spelen. Door iets vóór je onderwerp te plaatsen krijg je al snel een zachte waas. Zo kun je ook door vanalles heen fotograferen.

Alles valt en staat met licht

Licht is alles. Egaal licht is al prachtig maar een mooie lichtval zorgt vaak voor heel spannende effecten. Zeker als je de lichtval combineert met onder- of overbelichting. Als het zonnetje in mijn tuin schijnt ga ik op zoek naar onderwerpen die precies in het licht staan en de omgeving niet, of juist andersom. Dat verschil in lichtintensiteit kun je gebruiken voor een bepaalde sfeer.

1. Creëer je eigen licht

Misschien heb je mijn blog over de paddenstoelen gelezen waarin ik uitgebreid vertel over werken met allerlei flitsers. Dit kun je natuurlijk ook bij boemetjes doen. Dat is best lastig, maar je kan ook heel eenvoudig beginnen. Zo kun je met een lampje al enorm leuke effecten bereiken. Ik heb mogen experimenteren met de Manfrotto Lumimuse 8 On-Camera LED Light. Die is niet alleen geschikt voor filmen maar ook makkelijk mee te nemen voor een extra licht effectje bij je macrofotografie. Hij is regelbaar in sterkte en met de extra glaasjes en kleurenfilters (eigenlijk bedoeld voor filmen van mensen) kun je nog eens extra kleureffecten aanbrengen.

Macro technieken in je eigen tuin! - 27

2. Het licht temperen

Zonlicht is prachtig maar soms wil je die lichtval niet of schijnt het licht precies verkeerd. Dan kan je besluiten om een deel van je foto, je onderwerp of misschien wel je achtergrond, in de schaduw te zetten om een andere balans in licht(val) te krijgen. Het eenvoudigste is om een witte paraplu te pakken. Deze zijn kleurneutraal en tegelijk krijg je een egale zachte lichtval in het schaduwgebied.

Ik heb geen macrolens, wat nu?

Geen nood! Een macrolens werkt wel het fijnste maar is zeker geen noodzaak. Er zijn diverse mogelijkheden. Pak gewoon je telelens of je kijk eens naar tussenringen of voorzetlenzen.

1. Pak je telelens

Je kunt met je telelens bloemen vaak net zo mooi in beeld brengen. Kruip gewoon zo dicht mogelijk op je onderwerp en werk met lage diafragmawaarden.

2. Tussenringen

Tussenringen zijn holle buizen die tussen je normale lens en je camera komen. Daardoor kun je ineens een stuk dichterbij komen dan normaal. Tussenringen komen in een setje van drie en door één of zelfs meerdere ringen te gebruiken kom je dichter op je onderwerp. Je maak van een gewone lens dus een soort macro lens. Het kent wel een paar nadelen. Zo kost het gebruik van tussenringen licht, werkt vaak je autofocus niet meer zo goed en kom je zó dicht op je onderwerp dat het fotograferen van insecten wat lastiger is. Omdat de buizen geen glas bevatten lever je gelukkig niet in op de beeldkwaliteit.

Bekijk hier alle tussenringen

Macro technieken in je eigen tuin! - 35
Macro technieken in je eigen tuin! - 36
Macro technieken in je eigen tuin! - 37

3. Voorzetlenzen

Een voorzetlens is een soort vergrootglas wat je, in plaats van een filter, op je objectief schroeft. Je hebt ze in verschillende sterktes (dioptrie) en het effect is, net als bij tussenringen, dat je ineens een stuk dichterbij kan. Mijn ervaring is dat ze vooral prettig werken bij telelenzen, bij standaard lenzen zit je al snel heel dicht op je onderwerp en met groothoeklenzen zelfs in je onderwerp. Kent een voorzetlens nog voor- of nadelen? Het kost geen licht en autofocus blijft het beter doen dan bij tussenringen. Wel zet je er extra glas voor en dus kost het in potentie wat kwaliteit. Ook bij voortzetlenzen geldt dat niet alleen de minimale scherpstelafstand naar voren komt, de maximale ook. Dus ook hier géén oneindige scherpte meer. Maar het neemt geen ruimte in je tas in, je pakt het snel even mee.

Bekijk hier alle close-up filters

Hieronder zie je het verschil tussen een foto gemaakt op 400mm met een 100-400mm lens en dezelfde foto gemaakt met de 500D close-up lens. De bloem is veel groter in beeld!

 

Gebruik eens een polarisatiefilter

Polarisatiefilters kennen we vooral uit de landschapsfotografie maar weet je dat ze ook bij macrofotografie hele mooie resultaten geven? Een polarisatiefilter (officieel circulaire polarisatiefilter) is een filter dat een bepaald type licht wegfiltert: gepolariseerd licht. Dat is verstrooid licht. Licht wat direct uit een lichtbron komt is niet gepolariseerd, maar als het eenmaal van een oppervlak terugkaatst verstrooit het licht. Denk aan natte bladeren of vochtige stenen. Onder dat vocht is de kleur vaak het meest verzadigd maar als je fotografeert dan zie een lichte reflectievlek. En juist die vlek kun je heel mooi wegfilteren met een polarisatiefilter, ook bij macro.

Gebruik een statief

Ook in de tuin is het handig om een statief te gebruiken. Het grote voordeel is dat je, als je eenmaal je compositie hebt bepaald, in alle rust kunt experimenteren met instellingen, lichtval, lamplicht en/of paraplu’s zonder dat je telkens opnieuw je foto moet bepalen. Nu zijn grote statieven vaak onhandig maar ook kom je vaak niet laag genoeg. Daarom hierbij een aantal van mijn oplossingen:

Bekijk alle macrostatieven

En nu de tuin in!

Met al deze tips moet het lukken om mooie foto's te maken in je eigen achtertuin of voortuin. Nu moet je alleen nog op zoek naar een mooi onderwerp in je tuin. Heel veel plezier en succes!

Elke dag ben ik bezig met het verbeteren van mezelf als fotograaf en het observeren van licht. Zelfs als ik door een raam naar buiten kijk ben ik met het licht bezig, omdat ik continue op zoek ben naar nieuwe manieren om met licht te werken en het vorm te geven. Jullie kennen mij als gecertificeerde Profoto-trainer, maar ik ben daarnaast ambassadeur voor Sony en Rotolight. Ik werk niet alleen met flitsers, maar ook regelmatig met continulicht. In dit blog vertel ik over de voordelen van continulicht en geef ik tips voor het maken van portretten zonder flitsers!

What you see, is what you get

Veel fotografen zijn een beetje ‘bang’ voor flitslicht. Continulicht is een kleinere stap om mee te beginnen voor het maken van portretten. Je hebt er wat minder technische kennis voor nodig. Het grootste voordeel is dan ook dat wat je ziet, precies is wat je krijgt. Je kunt het licht opstellen en zien wat het doet zonder naar je camera te hoeven kijken. Het geeft wat minder gedoe. Het instellicht van een flitser is trouwens niet vergelijkbaar met continulicht, omdat het instellicht zwakker is en een andere kleurtemperatuur heeft dan de flits zelf.

Tip 1: Durf te experimenteren

Zet de lamp op een willekeurige plek neer en ga ermee spelen. Zet ‘m iets dichterbij, wat verder weg, zet er een paraplu op en kijk wat het licht dan doet. Krijg je zacht licht? Krijg je hard licht? Wat is het resultaat als je het licht via een muur op je onderwerp laat bouncen? Hoe meer je hier mee experimenteert, hoe eerder je angsten voor het werken met licht bij jezelf wegneemt. En als je na het maken van de lichtopstelling je camera pakt, hoef je alleen nog maar de camera-instellingen aan te passen om een mooi portret te maken!

Tip 2: Meng meerdere lichtbronnen

Elke lichtbron heeft een eigen kleurtemperatuur. Met continulampen kun je licht heel goed mengen, zoals het aanwezige sfeerlicht in combinatie met jouw lamp? Op locatie kun je bijvoorbeeld een kleurtemperatuur van 3000-4000K hebben, maar de kleurtemperatuur van de Rotolight Anova, de Rotolight Neo II en de Rotolight AEOS kan ik aanpassen van 3150-6300K. Dit kun je stapsgewijs en feilloos instellen. Het continulicht kun je eenvoudig mengen met de omgeving en dat is niet alleen een voordeel voor fotografen, maar ook voor de combinatie met video.

Tip 3: Gebruik continulicht bij samenwerkingen

Zo kom ik meteen op het volgende voordeel van continulicht: samenwerken. Je bent fotograaf, videograaf of allebei, want het wordt steeds vaker gevraagd of je tussendoor wat kleine filmpjes kunt maken of dat er een videograaf tijdens de fotoshoot mee kan draaien. Hoe handig is het dan dat je allebei van het continulicht gebruik kunt maken? De omgeving, het model en het interieur zijn al goed uitgelicht, waardoor je tussendoor niet hoeft te schakelen. Het licht kun je allebei gebruiken in tegenstelling tot flitslicht, waarbij de fotograaf vaak het bestaande licht ‘wegflitst’. De resultaten van de foto en de video zijn daardoor verschillend, maar met continulicht ziet het er gelijkwaardig uit. Dit werkt sneller, je kunt tegelijkertijd werken én je hoeft tussendoor de instellingen niet te veranderen voor de ander.

Tip 4: Je hebt niet altijd een grote lamp nodig voor mooie foto's

De kleinste Rotolight, de NEO II, heb ik eigenlijk altijd in m’n tas zitten. De lamp is makkelijk mee te nemen, werkt op zes AA-batterijen en is veelzijdig in te zetten. Dit is een leuke en creatieve investering waar je gewoon lekker mee aan de gang kunt gaan. Ik raad het je echt aan om hier wat mee te proberen omdat je er mooie eindresultaten mee krijgt. Het continulicht is leuk voor foodfotografie en je gaat het licht steeds beter begrijpen. Hij is goed te gebruiken als invullicht en kan zelfs flitsen. Door de grootte is de Rotolight NEO II makkelijk te gebruiken in krappe ruimtes zoals in auto’s.

Tip 5: Gebruik het voor zachte portretten

Soms wil je het moment juist niet bevriezen met een korte flitsduur en het gehele portret wat zachter houden. Met flitsen zie je bij een model elke spanning in het gezicht terug. Zonder flits krijg je een heel ander beeld. En het scheelt je in de nabewerking, want de huid en spieren zijn al meer egaal in beeld en de poriën zijn kleiner. De Rotolight Anova is een vrij grote lamp en die gebruik ik in combinatie met een softbox of met een grote deep umbrella om grote oppervlaktes mee uit te lichten. Het is een sterke lamp die werkt op een V-mount accu. Er zijn ook barndoors en kleurfilters op te plaatsen. Samen met de barndoors, een grid en een transparante paraplu kan ik hier ruimtes goed mee uitlichten of een heel mooi portret van heel dichtbij maken.

Tip 6: Speel met sluitertijden

Om het beeld wat zachter te maken, kun je ook fotograferen met een wat langere sluitertijd. Bij continulicht gaat je ISO-waarde iets omhoog en ik werk graag met een open diafragma. Samen met een wat langere sluitertijd kan ik een veel zachter beeld creëren. Ik fotografeer met een Sony A7 R IV systeemcamera en de beeldstabilisatie vangt trillingen en bewegingen die ik niet wil, prima op. Wees dus niet bang om wat langere sluitertijden te gebruiken!

Met continulicht gaat je ISO-waarde iets omhoog en ik werk graag met een open diafragma vanwege de mooie scherptediepte. In combinatie met een wat langere sluitertijd kan ik bovendien een veel zachter beeld creëren - ik gebruik de Sony A7R IV systeemcamera en de beeldstabilisatie vangt het wel op. Dat zal ook bij jou zo zijn, zoek de grenzen maar eens op en bestudeer de resultaten.

Tip 7: Werk van achter naar voor

Het mooiste van het vak als fotograaf is dat je als lightshaper het licht kunt vormen. Licht is licht. Of het natuurlijk aanwezig daglicht, continulicht of flitslicht is. Als het natuurlijke licht al goed is, ga ik niet flitsen. Maar vaak vul ik het licht een klein beetje in – of dat nu met een continu Rotolight of met een Profoto flitser is. Maar je kunt alles met elkaar mengen.

Ik werk zelf veel met zacht licht. Mijn Rotolights gebruik ik regelmatig om de achtergrond met continulicht uit te lichten voor meer sfeer. En bij het model gebruik ik dan een hele zachte flits. Op de flitser zet ik een kleurcorrectiegel om het flitslicht aan de omgeving aan te passen.

Ik begin altijd van achter naar voren met lightshapen. Eerst moet de locatie goed uitgelicht zijn en dan pas zet ik het model neer en pak ik de lichtmeter erbij om lekker aan het werk te gaan. Deze werkwijze is snel en je hebt net íets meer voor je beeld. Rotolight en Profoto zijn samen een leuke en fijne combinatie. Het is juist een uitdaging voor mensen die alleen maar zweren bij flitslicht, probeer het maar eens. Lightshapen kan in elke situatie!

Continulicht kun je gebruiken bij het fotograferen én filmen. Maar welke continulamp kun je het best kopen? Er is veel keus en een lamp moet passen bij wat jij er mee wilt belichten. Daarom leggen we je uit waar je op kunt letten bij het kopen van continulicht.

 

Waar wil je de lamp voor gebruiken?

Continulicht wordt al jaren gebruikt voor video, maar het wordt steeds meer ingezet door fotografen vanwege het gebruiksgemak en de snelheid. De belangrijkste vraag die je jezelf eerst moet stellen is: ‘Waar ga ik de lamp voor gebruiken?’. Wat voor onderwerpen wil je gaan belichten? Welk licht past daarbij? Voor food- en portretfotografie heb je bijvoorbeeld een andere lamp nodig dan voor het maken van video’s.

Videografie

Bij video is het geluid een belangrijke factor: je wilt een stille lamp met een hoge kleurechtheid en een consistente kleurtemperatuur. Als journalist kun je al iemand op een meter afstand uitlichten met een klein paneel op je camera. Voor het uitlichten van een grote ruimte heb je veel lampen nodig, tenzij de lamp zelf heel groot is. Daarna is het aan jou om te kiezen voor een paneel met kleppen of dat je liever een lamp koopt waar je lightshapers op kunt zetten.

Fotografie

Continulicht kun je ook goed inzetten voor het maken van portretten, productfoto’s én foodfoto’s. Wil je portretten fotograferen met een zachte belichting dan heb je een lamp met een relatief hoog vermogen en een grote oppervlakte nodig. Denk bijvoorbeeld aan een LED-lamp met softbox. Voor voedselfotografie heb je zacht en egaal LED-licht nodig met een hoge kleurechtheid en lage kleurtemperatuur. Eventuele accent lichtjes moeten wel sterk zijn om niet verloren te gaan het grotere geheel.

LED-lamp of daglichtlamp?

Daglichtlampen worden al heel lang gebruikt en zijn ideaal voor het maken van portretten of productfoto’s. Het voordeel is dat deze lampen relatief goedkoop zijn waardoor je voordelig kennis kan maken met het fotograferen met losse lampen. Toch zijn er ook wat nadelen. Zo hebben ze een vaste kleurtemperatuur en kunnen ze alleen aan of uit. De nieuwere LED lampen hebben deze nadelen niet. LED lampen zijn wel wat duurder maar je kan de helderheid en kleurtemperatuur vaak traploos aanpassen. Hierdoor heb je veel meer mogelijkheden en kun je het licht zo instellen zoals jij het wil. Met panelen kun je een ruimte goed uitlichten. Het uitlichten van personen gaat beter met lightshapers zoals softboxen.

Welke continulamp moet ik kopen? - 2

Lampkop of lichtpaneel?

Heb je deze keuze gemaakt voor LED licht maar twijfel je nog tussen een lampkop met losse lightmodifiers of een lichtpaneel? Bedenk dan welke mogelijkheden je wil. Wil je alleen zacht licht wat je met barndoors kan sturen? Kies dan voor een lichtpaneel. Wil je ook wel eens foto’s maken met hard licht of licht aanpassen met light modifiers? Kies dan voor een LED lampkop.

Waar let je op bij het kopen?

Het vermogen

Het vermogen of de lichtopbrengst wordt uitgedrukt in lumen. Niet elke fabrikant meet het vermogen op dezelfde manier. Maar over het algemeen is het zo dat hoe hoger het getal is, hoe krachtiger een lamp is en hoe verder weg je ‘m kunt zetten voor het belichten van je onderwerp. Iemand die dicht bij een sterke lamp staat, heeft namelijk last van het felle licht en ziet lichtvlekken. Daarom raden we je aan om een lamp voor het belichten van personen altijd wat verder weg te zetten.

Afstand tot je onderwerp

De afstand tot je onderwerp is een belangrijke factor, want je ‘verliest’ licht wanneer je de continulamp verder weg zet. Hoe kleiner het oppervlak van de lamp is ten opzichte van je onderwerp, hoe harder de schaduw is. Dus hoe groter de lichtbron is ten opzichte van het onderwerp, hoe zachter het onderwerp belicht wordt. Denk bijvoorbeeld aan een groepsfoto. Wanneer je een groep mensen gaat fotograferen, dan kun je dit beter doen met meerdere studioflitsers dan met een continulamp.

CRI

De afkorting CRI staat voor ‘Color Rendering Index’ en dit staat voor hoe goed kleuren worden weergegeven in vergelijking met daglicht. Hoe hoger het CRI-getal, hoe meer kleurecht het licht is. Hoe dichter het getal bij de 100, hoe kleurechter het licht is. Lampen met een CRI van 95 of 98 zijn heel kleurecht.

Kleurtemperatuur

Als je vaak gemengde lichtbronnen hebt, is het handig om een lamp te kopen met een aanpasbare kleurtemperatuur. Een continulamp met een enkele kleur kan een vermogen hebben van 15.000 lumen, maar een vergelijkbare bi-color lamp kan maar 12.500 lumen als vermogen hebben. Warm licht is sowieso minder fel waardoor je waarschijnlijk eerder naar een lamp met een hogere maximale opbrengst moet kijken. Let er wel op dat ee bi-color lamp altijd minder fel is dan een lamp uit dezelfde klasse met een enkele kleur. Bij een bi-color lamp worden de LED’s namelijk gemiddeld.

Regelbaarheid

De meeste LED continulampen zijn traploos instelbaar. Dat betekent dat wanneer jij aan de knop van de helderheid draait, je de intensiteit van het licht meteen ziet veranderen. Sommige lampen zijn zelfs op afstand regelbaar met behulp van een bijbehorende afstandsbediening, een app voor je smartphone of vanaf een mengpaneel.

Accu of netstroom

Een lamp kan werken op netstroom of op een accu. Professionele modellen hebben een V-mount aansluiting voor accu’s en andere werken met Sony NPF-serie li-ion accu’s. Kijk wat je voorkeur heeft en wat je nodig hebt. Wel is het handig om te weten dat er vaak geen lichtnetadapter of een accu wordt meegeleverd bij een lamp, tenzij je een complete kit koopt. Let hier dus op!

Bekijk continulampen

 

Wat zijn de verschillen tussen flitslicht en continulicht? Zowel flitsers als continulampen hebben hun eigen voordelen en nadelen. Op deze pagina leggen we uit wat voor invloed de keus van het soort licht heeft op hoe je fotografeert, op wat je kunt fotograferen en wat de ‘gevolgen’ zijn voor de camera instellingen.

Flitslicht

Flitslicht

 De lichtopbrengst is hoger dan continulicht
 Je kunt de meeste onderwerpen fotograferen
 Bewegingen bevriezen en scherpere foto's
 Er zijn meer lichtvormers beschikbaar
 Je ziet niet meteen wat het licht doet
 Een flitser moet na elke flits opladen
 Je hebt een lichtmeter nodig

Bekijk studioflitsers

 

Continulicht

Continulicht

 Je ziet direct wat het licht doet
 Je kunt continu fotograferen zonder oplaadtijd
 Je kan de lichtmeter van de camera gebruiken
 De lichtopbrengst is vaak lager dan flitslicht
 Invloed van ander licht in de omgeving
 Soms minder lichtvormers beschikbaar
 Je kunt niet alles fotograferen

Bekijk continulampen

 

Gebruiksgemak

Eén van de grootste verschillen tussen flitsers en continulampen is het gebruiksgemak. Bij continulicht zet je de lamp aan en zie je meteen hoe het licht op je onderwerp valt. Daarna kun je de camera instellingen bepalen en starten met fotograferen. Met flitslicht zie je niet direct wat het licht doet. Je zal vooraf testfoto's moeten maken en daarna je instellingen moeten finetunen. Natuurlijk heb je wel een instellicht waarmee je kan zien hoe het licht valt, maar dit is niet te vergelijken met het werken met continulicht.

Flitsers of continulicht kopen? - 1

Flitsers hebben een hogere lichtopbrengst

De maximale lichtopbrengst van een gemiddelde flitser is veel hoger dan het licht van een continulamp. Omdat de meeste continulampen een relatief laag vermogen hebben kun je last hebben van andere lichtbronnen uit de omgeving. Flitsers zijn krachtiger waardoor je hier geen last van hebt. Voor de gemiddelde fotoshoot is het vaak niet eens nodig om een flitser op maximaal vermogen te zetten.

Continulicht heeft geen oplaadtijd

Na het afgeven van een flits moet een flitser weer opladen voordat hij de volgende flits kan geven. Als je lekker aan het fotograferen bent kan de oplaadtijd van een flitser tussendoor best lang zijn. Sommige professionele flitsers hebben een korte oplaadtijd van nog geen halve seconde of hebben een pulse functie. Hierdoor kun je alsnog gebruik maken van de burst-modus van je camera. Continu licht hoeft tussendoor niet op te laden waardoor je continu door kan fotograferen.

Met flitsers heb je meer mogelijkheden

Door de hoge maximale lichtopbrengst van een flitser kun je zelfs met een kleiner diafragma (hoog getal) en een lagere iso met snelle sluitertijden fotograferen. Wil je met continulicht én een klein diafragma nog met snelle sluitertijden fotograferen dan moet de ISO vaak omhoog. Bij portret- food- of productfotografie kun je vaak gewoon gebruik maken van continulicht. Maar wil je je onderwerp echt bevriezen? Dan heb je flitslicht nodig. Denk bijvoorbeeld aan het fotograferen van beweegelijke kinderen, boksers in de studio of opspattende vloeistoffen. Dit kan wel met een flitser, maar lukt niet met continulicht.

Flitsers of continulicht kopen? - 2

Keuze in lichtvormers

Voor flitsers zijn er allerlei lichtvormers beschikbaar waarmee je het licht ‘vorm’ kan geven. Denk aan reflectoren, softboxen, beautydishes, snoots, grids en gekleurde gels. Op LED-panelen kun je deze lichtvervormers niet gebruiken. Als je alleen zicht licht wil gebruiken is dat niet erg, maar wil je meer mogelijkheden dan ben je met deze panelen beperkt. Gelukkig zijn er ook al heel veel continulampen met dezelfde aansluitingen als flitsers. Hierdoor worden de lichtvormers universeel en kun je op continlucht dezelfde accessoires gebruiken als op je flitsers.

Bekijk studio accessoires

Conclusie

Flitsers of continulicht? Er is niet per se één de beste. De keuze voor flitsers of voor continulicht hangt deels af van persoonlijke voorkeur, maar ook van wat je gaat fotograferen.

Wil je bewegingen bevriezen of met een klein diafragma werken? Kies dan voor flitslicht. Door de kracht van flitsers kun je gemakklijker grote onderwerpen fotograferen. Daarnaast kun je flitsers beter gebruiken als je details en textuur van make-up, kleding of interieur zichtbaar wil maken.

Met continulicht is de lichtopbrengst lager, maar zie je wel direct wat je doet en kun je continu door fotograferen. Daardoor is continulicht perfect voor portretfotografie, foodfotografie en productfotografie. Doordat je met continulicht werkt en er geen flitsen af gaan is dit licht ook ideaal voor newborn shoots enhet fotograferen van huisdieren.