Foto

Deze maand staat bij Xpozer in het teken van dieren. Daarbij hoort natuurlijk een themablog. Denk je ook gelijk aan foto’s van knuffelige konijntjes en schattige puppy’s? Onze huisdieren leveren natuurlijk lieve foto’s op. Maar heb je je weleens verdiept in de wereld van insecten? Niet altijd zo schattig misschien, maar wel heel interessant! Macro-objectieven zijn bij uitstek geschikt om insecten en andere kriebelige beestjes te fotograferen.

Foto’s van insecten leveren mij altijd enorm veel jeuk op, maar tegelijkertijd fascineren ze me. Je ziet de beestjes van zó dichtbij en ziet details die je anders nooit kunt zien. Hoe fotografeer je insecten eigenlijk het best? En durf jij die dan uitvergroot aan de muur te hangen?

Macro-objectief

Op de vraag ‘hoe fotografeer je insecten?’ is het antwoord eigenlijk heel simpel. Met een macro-objectief! Met een macro-objectief kun je heel dicht op je onderwerp komen. Je scherptediepte is heel klein, en het vergt wat oefening. Gebruik een statief en zorg dat je weet wat de ‘werkafstand’ van je objectief is. Dit houdt in: de afstand van de voorkant van de lens naar het te fotograferen insect. Verdiep je in deze afstanden voordat je een keuze maakt voor een macro-objectief, want het is een flinke investering!

Er zijn ook macro-objectieven die kunnen zoomen, dit is wel zo handig bij het fotograferen van insecten. Hiermee voorkom je dat je de beestjes wegjaagt door te dichtbij te komen. Ook een goede beeldstabilisatie is de investering waard. Met macro is de kleinste bewegingsonscherpte al desastreus voor het eindresultaat.

Insecten fotograferen zonder macro-objectief?

Macro-objectieven kunnen dus heel prijzig zijn, maar gelukkig zijn er alternatieven voor! Zo zijn er tussenringen die jouw eigen objectief geschikt maken voor macrofotografie en zijn er zelfs ringen die het mogelijk maken om jouw lens omgekeerd op je camera te zetten om tot een macro-objectief te komen. Deze hebben wel al gauw een iets mindere scherpte dan echt macro-objectief. Doe eerst goed onderzoek voor je een aankoop doet. Voor ieder budget is er wel een optie. 

Light, camera, insect, action!

Zo, nu je een keuze hebt gemaakt voor een objectief, kun je beginnen met fotograferen. Het leuke van macrofotografie is dat het overal kan! Je hebt wel aardig wat licht nodig, dus overdag op je balkon of in je tuin is het beste. Je vindt tussen je planten vast wel een mooi beestje. Of een lelijke. Want, laten we eerlijk zijn, er zijn ook echt heel lelijke insecten bij, zeker van zo dichtbij! Heb je bijvoorbeeld weleens een lieveheersbeestje van heel dichtbij gezien? Echt niet zo schattig meer.

Hoe ga je te werk?

We hebben een stappenplan voor je uitgedacht en geven macro-tips.

Stap 1: Vind je onderwerp

De leukste macro-onderwerpen zijn die onderwerpen die je verrassen. Zoals het lieveheersmonster hierboven. Nog een goed voorbeeld is de spin (oké, oké, het is geen insect, maar dat maakt het niet een minder goed foto-onderwerp!).

Wist je dat heel veel spinnen haren hebben? En dat de meeste spinnen 4 paar ogen hebben? Wat je al niet leert van macrofotografie!

Zorg dat je onderwerp niet van je weg kan schrikken. Veel dieren zullen vluchten als je te dichtbij komt. Maak dus rustige bewegingen en stoot niet tegen bladeren of takken aan in hun omgeving. Je onderwerp moet goed bereikbaar zijn voor je. Je zult vaak door je knieën moeten zakken om insecten goed dichtbij je lens te krijgen.

Stap 2: Kies de juiste instellingen

Bij macrofotografie is het heel belangrijk dat je goed scherpstelt. Je hebt maar een heel kleine scherptediepte, dus als je er ook maar een klein beetje naast zit, is het onderwerp onscherp. Tenzij je wil focussen op een bijzonder detail, zoals bijvoorbeeld een vleugel, stel je scherp op de ogen. Het geeft vaak een vreemd en misplaatst gevoel als de ogen onscherp in beeld zijn.

Hierbij de hoe-moet-dat-dan-checklist:

  Kies voor een klein diafragma (hoog f-getal).
  Kies een korte sluitertijd (1/100 of kleiner).
  Je zult voldoende moeten bijlichten, want met zo’n klein diafragma en korte sluitertijd wordt je foto donkerder.
✓  Zet je ISO hoger om voldoende licht binnen te laten.
✓  Handmatig scherpstellen is vaak nodig voor dit precieze werk.

Stap 3: Kies de beste foto uit (wat is nou eigenlijk een geslaagde macro-foto?)

Hoe fotografeer je insecten op een zo interessant mogelijke manier? Hierbij de belangrijkste factoren op een rij:

    1. De juiste scherpte op de juiste plek
      Het is zo zonde als de scherpte net naast de ogen of naast die mooie vleugel is gekomen. Daarom let je extra goed op en stel je handmatig de scherpte in. Gebruik ook een statief om teleurstellingen te voorkomen.
    2. Een mooie achtergrond
      Bij macrofotografie speelt de achtergrond een belangrijke rol. Kies een camerastandpunt waarbij je een mooie achtergrond hebt achter je onderwerp. Een groen blad of juist een schaduwplek die helemaal zwart wordt in je macrofoto kunnen je onderwerp er mooi doen uitspringen.
    3. Een interessante compositie
      Uiteraard geldt deze regel bij alle vormen van fotografie en dus ook bij macrofotografie. Let op je compositie. Neem zo nodig een ruimer beeld op, je kunt altijd nog croppen!

De rustige achtergrond geeft een mooi, zacht beeld aan deze foto. Er is goed scherpgesteld op de ogen en de compositie is rustig en prettig.

Oefening baart kunst!

Dus, hoe fotografeer je insecten? Zorg voor een goede scherpte op de gewenste plek, houd voldoende afstand om de insecten niet af te schrikken, kies een mooie achtergrond met een goede compositie. Je bent dan al goed op weg naar de mooiste foto’s!

Ga met dit stappenplan eens op onderzoek uit in je tuin, op je balkon, of maak een wandelingetje op zoek naar insecten om te fotograferen. Misschien (waarschijnlijk) heb je wel insecten of spinnen in huis! Zorg voor voldoende licht, en jaag de beesten niet weg door te wild te bewegen. Stel je camera goed in, en probeer eens wat instellingen uit. Je zult versteld staan van de wereld die voor je opengaat als je insecten en andere kleine kruipende beestjes van zo dichtbij kunt bewonderen!

Als landschapsfotograaf ben ik een groot fan van weidse landschappen en groothoeklenzen. Soms kunnen juist de kleine dingen op de grond net zo indrukwekkend zijn! In dit blog geef ik je 10 inspirerende tips voor het fotograferen van abstracte landschappen. Als je ze eenmaal ziet, dan kun je er bijna niet meer om heen en moet je ze wel fotograferen.

Tip 1: Kijk naar beneden

We zijn gewend om vooruit te kijken. Als fotografen zijn we vaak op zoek naar een mooi wijds landschap. Vaak kun je juist laag bij de grond erg mooie onderwerpen vinden. Kijk daarom regelmatig naar beneden. Je vind hier allerlei interessante dingen. Denk aan structuren in stenen, lijnen, kleine bloemetjes, patronen en contrasten. Kortom, heel veel interessante abstracte vormen om te fotograferen.

10 tips voor abstracte landschappen - 1
10 tips voor abstracte landschappen - 2

Tip 2: Je hebt geen macrolens nodig

Abstracte landschappen kun je met vrijwel elk type lens fotograferen. Ik gebruik vaak een 24-70mm lens en soms een langere lens om structuren ver van me af te fotograferen. Het is wel belangrijk dat je een lens gebruikt die redelijk dichtbij kan scherpstellen. Maar een macrolens is echt niet nodig.

Tip 3: Ga op zoek naar lijnen

Als je naar je onderwerp kijkt, ga dan op zoek naar lijnen en probeer ze in evenwichtig in je foto te krijgen. Lijnen van de ene hoek naar de andere hoek werken vaak goed. Golvende lijnen zorgen ook vaak voor een fijne foto.

10 tips voor abstracte landschappen - 3
10 tips voor abstracte landschappen - 4
10 tips voor abstracte landschappen - 5

Tip 4: Kijk naar kleurcontrasten

Het gebruik van complementaire kleuren (kleuren die tegenover elkaar liggen in het kleursysteem) werken vaak goed in een foto. Ga daarom op zoek naar kleurcontrast of zoek lichte en donkere tinten in één foto.

10 tips voor abstracte landschappen - 7

Tip 5: Verlies het perspectief

Als je abstracte landschappen wil fotograferen dan is het belangrijk om de omgeving niet te laten zien. Hierdoor heeft de kijker geen idee van de schaal en het perspectief. Als je rimpels in het zand op de juiste manier fotografeert dan kan lijkt het net op een woestijn vanuit de lucht. Het is leuk om de kijker hiermee te verwarren en langer naar je foto te laten kijken.

Tip 6: Zoek onderwerpen met veel negatieve ruimte

Deze tip spreekt eigenlijk voor zich. Als je een onderwerp klein in beeld brengt met veel negatieve ruimte er omheen dan zijn het al snel heel abstracte beelden. Kijk maar naar de foto’s hieronder.

10 tips voor abstracte landschappen - 10

Tip 7: Ga naar het strand

Het strand is de ideale plek voor het maken van abstracte beelden. Je vind hier vaak veel texturen in het zand, zeker als het eb is. Soms is het net alsof een foto van grote hoogte met een drone is gemaakt.

Tip 8: Fotografeer water

Water is een geweldig onderwerp. Denk aan vallend water van een waterval of zelf uit de kraan thuis. Dit water zorgt voor prachtige structuren. Gebruik een snelle sluitertijd (1/1000ste of sneller) en laat je verrassen! Naast vallend water zijn de golven in de zee en bevroren water natuurlijk ook interessant. Het juiste licht op de golven of barsten in het ijs zijn geweldig om te fotograferen.

10 tips voor abstracte landschappen - 12
10 tips voor abstracte landschappen - 13
10 tips voor abstracte landschappen - 14

Tip 9: Hard licht en schaduwen

Hard licht is vaak niet heel interessant voor landschapsfotografie. Voor abstracte foto’s kan het juist wel interessant zijn! Door te spelen met vormen en lijnen in de schaduw kun je soms heel interessant foto’s maken.

Tip 10: Bekijk het van dichtbij

Abstracte landschappen zijn overal, je moet ze alleen leren zien. Texturen in stenen, lijnen in planten en wolken. De truc is om denkbeeldig in te zoomen. Bekijk alles wat je in het dagelijks leven ziet eens van dichterbij en je zelf verbaasd zijn over hoeveel interessante dingen je ziet. En wees voorzicht, want het is erg verslavend!

Ook zonder professionele fotostudio aan huis kun jij de mooiste foto's maken. Probeer bijvoorbeeld eens om een stilleven te fotograferen. Moeilijker dan je zou denken, maar zeker niet onmogelijk met deze 5 tips!
 

Als fotograaf heb je bij het maken van een stilleven de controle over alle factoren. Dat maakt het aan de ene kant heel erg moeilijk, aan de andere kant is er geen fotografiegenre waar je meer mee kunt experimenteren dan bij stillevens. Stillevens maak je gewoon thuis en kunnen het hele jaar door. Jouw nieuwe opgedane kennis over schaduwen en scherptediepte kun je vervolgens inzetten bij alle vormen van fotografie die je interessant vindt.

Tip 1 Combinatie en plaatsing

Denk goed na over de combinatie van objecten. Een stilleven moet er niet uitzien als een kleedje op de vrijmarkt. Met andere woorden, geen bijeengeraapte rommel. Met jouw stillevens vertel je het liefst een verhaal of toch in ieder geval een thema. Je kunt er ook voor kiezen om maar één object te fotograferen. Dan is de plaatsing des te belangrijker. Zo maak je al snel een close-up omdat de details van het object zo interessant zijn dat ze de hoofdrol moeten spelen.

Tip 2 Samenstellen van je stilleven

Het blijft niet bij de combinatie en plaatsing van objecten alleen. De sfeer eromheen moet ook goed zijn. Ga bewust met je voor- en achtergrond om. Zoek een ondergrond die egaal is, zoals een tafellaken of iets robuusts als een plank. Voor de achtergrond ga je hetzelfde te werk.

Tip 3 Opbouwen van je stilleven

Maak van te voren een schetsje van hoe je denkt dat je het wil hebben. Zet je camera op een statief en begin met opbouwen. Kijk regelmatig door de zoeker of de compositie overeenkomt met je schets en dus je ideale plaatje.

Tip 4 Licht

Licht is enorm belangrijk. Met licht verhef je jouw stilleven van een simpel kiekje naar een kunstwerk. Daglicht is vaak wat te gewoontjes. Met softboxen en flitsparaplu’s kun je het licht zo sturen als je zelf wilt. Als je die niet in bezit hebt, kom je ook al een eind met een simpele bureaulamp als spotlight en wat aluminiumfolie als reflectiescherm. Lekker knutselen!

Tip 5 Sluitertijd

Als je werkt met kunstlicht is het belangrijk om je camera-instellingen in de gaten te houden. Met name je sluitertijd zal moeten worden aangepast op de constructie van licht die je hebt gebouwd. Doorgaans zal je een stilleven met een wat langere sluitertijd moeten maken. Maar dat is absoluut geen probleem wanneer je met een statief werkt en je onderwerp niet wegloopt.

Ga aan de slag met onze tips voor het maken van een stilleven, wees creatief.

 
Er bestaan hardnekkige, technische misverstanden onder fotografen die hun foto’s online plaatsen. Hierdoor worden verkeerde beslissingen genomen met als gevolg dat de foto's bijvoorbeeld niet goed zijn gecorrigeerd of onhandig grote bestanden worden geüpload. Zelfs experts zijn niet altijd op de hoogte. Laten we er hier voor eens en altijd korte metten mee maken.
 

 

Misverstand 1 | PNG is net als JPEG geschikt voor foto’s online

Dit is een misverstand dat veel rondwaart onder fotografen. Bang voor het kwaliteitsverlies van JPEG kiezen deze fotografen voor PNG dat immers optimale beeldkwaliteit belooft. Nu is dat waar als men voor PNG-24 kiest, maar niet voor het PNG-8 formaat. Het aantal kleuren wordt door PNG-8 drastisch verlaagd tot 256. Net zo armoedig als het GIF-formaat.

Maar zelfs de keuze voor PNG-24 is niet goed voor foto’s op het web. Want in dit formaat zijn de bestanden veel te omvangrijk, tot in de Megabytes. Vandaar dat je op veel sites van fotografen bijzonder langzaam ladende pagina’s aantreft met teveel foto’s in PNG-24 formaat.

Het is veel verstandiger om foto’s als JPEG op te slaan. De kwaliteit die je wenst kun je zelf bepalen. Een hogere kwaliteit zorgt weliswaar voor een groter bestand (en dus langere laadtijd) maar nog altijd vele malen kleiner dan het PNG-24 formaat. En bij een hoge kwaliteit JPEG is er geen kip die het verschil merkt. Laten we het perfectionisme uit onwetendheid noemen of zoals de Engelsen het formuleren: penny wise, pound foolish.

Tip: Gebruik uitsluitend JPEG (met een kwaliteit van 40-60) als bestandsformaat voor foto’s op het web.


Dezelfde afbeelding in jpeg kwaliteit 40 (26 kb), jpeg kwaliteit 90 (136 kb) en PNG-24 formaat (332 kb). Zoek de verschillen!

 

Misverstand 2 | Afbeeldingen op het web hebben een resolutie van 72 dpi

Foto’s online bestaan uit beeldpixels. Deze beeldpixels hebben geen afmeting en geen intrinsieke resolutie. Het zijn vierkante vlakken met een bepaalde kleur die geen afmeting, dus geen breedte en hoogte hebben. Maar waarom zie je sommige afbeeldingen op het web dan groot en andere klein? Omdat de ene afbeelding meer pixels heeft dan de ander en in principe één beeldpixels wordt geprojecteerd op één monitorpixel.

Dat is dan meteen de verklaring waarom een afbeelding op het ene apparaat veel ‘groter’ (lees op te meten met een liniaal) lijkt dan op een ander apparaat. Monitorpixels hebben namelijk wel een afmeting. Dus een afbeelding van 500 bij 500 pixels lijkt op een ouderwetse monitor (die 72 monitorpixels per inch bevatte) veel groter dan op een nieuwe monitor (met 384 monitorpixels per inch), maar het is en blijft 500 bij 500 pixels. Omdat de oudste monitoren 72 monitorpixels per inch bevatten, menen veel fotografen nog steeds dat webafbeeldingen ook een resolutie van 72 dpi hebben. De webafbeelding zelf echter heeft geen resolutie (in dpi of ppi); de monitor wel, maar dat heet met een beter woord: pixeldichtheid.

Tip: Wil je echt eens de technische aspecten (van foto’s en dus ook van bijvoorbeeld Photoshop) leren, volg dan bijvoorbeeld een cursus Photoshop bij Grafische Cursussen.

Monitorpixels in beeld van een oude en nieuwe smartphone. In de inzet (uitvergroting) kun je zien dat laptops, smartphones en televisies werken met de primaire kleuren rood, groen en blauw.
 

Misverstand 3 | Beeldpixels kun je omrekenen naar centimeters

Als een foto 1500 x 1000 pixels bevat, kun je dan uitrekenen hoeveel centimeter deze foto is? Het antwoord is nee, tenzij je er een resolutie aan koppelt. Een foto van 1500 x 1000 pixels kan 1 cm breed worden geprint of 10 meter breed, het maakt niet uit. Het zullen altijd 1500 x 1000 pixels blijven, maar in het eerste geval zijn de pixelblokken veel kleiner als er gedrukt wordt en daarom is deze foto op leesafstand scherper.
De reden voor dit misverstand is dat mensen zich niet goed kunnen voorstellen wat een beeldpixel eigenlijk is, namelijk een vierkant van een bepaalde kleur, maar zonder maat. Die maat wordt pas bepaald door het instellen van de resolutie. Bij de veel gehoorde resolutie van 300 dpi zullen de pixels voor deze foto dus 1/300 inch zijn of omgerekend 0,085 mm. Nu is 300 dots per inch niet helemaal hetzelfde als 300 pixels per inch, maar om het niet al te ingewikkeld te maken mag je 300 dpi wel vervangen door 300 ppi (pixels per inch). De totale foto (van 1500 x 1000 pixels) zal bij 300 ppi dus 12,75 cm x 8,5 cm geprint worden.

Een andere reden voor dit misverstand is dat mensen beeldpixels verwarren met monitorpixels. Deze monitorpixels hebben namelijk wel een afmeting, afhankelijk van jouw specifieke monitor. Tegenwoordig gaan er wel 325 monitorpixels op elke inch van je monitor, maar in vroeger tijden waren 72 monitorpixels per inch de standaard.

Tip: Een bepaalde beeldresolutie is van belang bij drukwerk, niet bij foto’s online.


Misverstand 4: De primaire kleuren voor beeldbewerking zijn rood, geel en blauw

Dit misverstand heeft zijn oorsprong in een ver verleden. Vanaf de renaissance wordt het gebruikelijk om rood, geel en blauw als primaire kleuren te zien. Officieel vastgelegd in 1613 in de ‘Optica’ van jezuïet Franciscus Aguilonius. Ook Rembrandt mengde rode, gele en blauwe verfsoorten om tot andere kleuren te komen.

Daarom heerst onder zeker onder schilders nog altijd de mening dat rood, geel en blauw de primaire kleuren zijn waarmee bijna alle andere kleuren kunnen worden samengesteld. Ook kleurtheoreticus Itten (jaartal) en talloze kunstenaars na hem hielden het op rood, geel en blauw als primaire kleuren en die mening rouleert tot op de dag van vandaag, ook onder fotografen.

Natuurlijk is het heerlijk schilderen met rood, geel en blauw, maar de wetenschap heeft tot andere conclusies geleid. In de eerste plaats bleken cyaan, magenta en geel veel beter om te mengen en diverse kleuren samen te stellen (eventueel aangevuld met zwart). Vandaar dat cyaan, magenta, geel en zwart de primaire kleuren voor drukwerk worden genoemd. Alle kleurafbeeldingen in boeken en tijdschriften zijn te herleiden tot deze 4 drukkleuren. Neem er maar eens een loep bij.
Maar er was nog iets anders aan de hand: licht uitstralende apparaten (zoals monitoren, je smartphone, een beamer, televisie etc.) werken ook met drie primaire kleuren en dat zijn nu juist rood, groen en blauw! Op oude televisies kun je dat nog met een loep beamen. Alle kleuren die je via bovengenoemde apparaten ziet, zijn eigenlijk een samenstelsel van rood, groen en blauw. Zo is wit de samenvoeging van rood, groen en blauw in volle projectie!

Tip: Wil je meer weten over werken met rood, groen en blauw en aanpassingen in Photoshop? Download dan het gratis Photoshop-boek van de website van Grafische Cursussen.


Extra misverstand bij drukwerk | De resolutie moet per se 300 dpi zijn

Hoewel dit misverstand niet voor online foto’s geldt, is het te wijdverbreid om niet te noemen. Het berust om verschillende redenen op onwaarheid. In de eerste plaats kun je de ‘gouden resolutieregel’ van 300 dpi (dots per inch) beter laten varen voor drukwerk als posters, banieren, gevelbekleding etc. Want dit soort drukwerk wordt niet op leesafstand bekeken, maar van een paar meter afstand of vanaf de overkant van de straat. Dan is een resolutie van 300 dpi niet nodig en soms zelfs problematisch omdat het drukprocedé langer zal duren. Vraag daarom de drukker welke resolutie in jouw specifieke situatie optimaal is.

In de tweede plaats hoeft ook een afbeelding in een boek niet altijd ingesteld te staan op minimaal 300 dpi. Dat komt omdat achtergrondfoto’s vaak helemaal niet scherp hoeven te zijn. Integendeel zelfs: als voor de achtergrond van een tekstblok een foto wordt gebruikt, kan deze foto maar beter weinig essentiële informatie bevatten en vaag zijn. Dat legt de nadruk op de tekst! Dus ook voor deze achtergrondfoto’s is een veel lagere resolutie voldoende.

In de derde plaats zien heel veel mensen niet of nauwelijks het verschil tussen 200 dpi en 300 dpi. Dus druk je op grof papier of heb je een enkele keer ‘slechts’ een foto van 200 dpi, wees dan niet te strikt in de leer. Niemand (behalve de controller bij de drukker) zal je overtreding van de gouden resolutieregel opmerken. 

Tip: wil je snel bepalen hoe groot een foto scherp kan worden gedrukt, deel dan het aantal pixels (bijv. 1500 x 1000 pixels) door 100 en denk in centimeters. Dan kom je uit op 15 x 10 cm. Zo is een foto van 750 x 400 pixels scherp te printen als je niet verder gaat dan 7,5 x 4 cm. Kleiner mag, groter betekent: vager. Deze snelle rekenmethode is niet helemaal gelijk aan 300 dpi maar komt neer op 254 dpi… Het verschil zal heel weinig mensen opvallen.

Aspect ratio? Misschien heb je wel een idee van wat het is en waarom het belangrijk zou zijn voor fotografie, maar kun je er niet helemaal de vinger op leggen. Leer dan hoe je de aspect ratio helemaal naar je hand kunt zetten.
 

Aspect ratio is de verhouding tussen de lange zijde en de korte zijde van een beeld. Veelgebruikte aspect ratio’s, beeldverhoudingen, zijn 2:3, 3:4, 16:9 en natuurlijk 1:1. De meest gangbare aspect ratio voor DSLR-camera’s is 2:3. Dit formaat is gebaseerd op de analoge 35mm filmrolletjes waarbij negatieven 24mm bij 36mm zijn. Er is in de beeldverhouding geen verschil in APS-C of full frame sensors. De één is 22,5 bij 15mm en de ander 36 bij 24mm. Dit is een verschil in oppervlakte, maar de verhouding tussen de twee maten blijft hetzelfde.

Door de verhouding tussen de twee zijdes van je foto te veranderen, kun je het gevoel van je foto veranderen. Neem een foto van een landschap bijvoorbeeld. Als je die breedbeeld presenteert, bijvoorbeeld 16:9, dan benadruk je het weidse gevoel van het landschap dat je hebt gefotografeerd. Nog een stukje extremer wordt het als je kiest voor een panorama.

En als je een flatgebouw in de hoogte fotografeert, werkt deze beter in portretstand en met een verhouding 1:2 dan bijvoorbeeld 4:5. Die laatste is in verhouding een stuk breder.

Gevoel van tijd door de beeldverhouding

In films doet de aspect ratio nog iets anders. In vroegere tijden waren de televisietoestellen nog geen breedbeeld en als een filmdirector er nu voor kiest om de aspect ratio van 4:3 aan te houden, geeft dat de film meteen een  gevoel van nostalgie. Soms wordt er in een film zelfs gebruik gemaakt van meerdere aspect ratio’s om het verschil in tijd aan te duiden. Bekijk onderstaande video om een idee te krijgen hoe belangrijk aspect ratio is voor het gevoel van tijd dat de filmmakers willen neerzetten.

Vooraf aspect ratio bepalen of later uitsnijden?

In sommige camera’s kun je voordat je gaat fotograferen al een keuze maken voor de aspect ratio. Dit heeft als voordeel dat je meteen kunt zien hoe de foto eruit gaat zien. Een nadeel is dat je er achteraf niet een stukje bij kunt snijden als je er toch achter komt dat de compositie iets krapper op de rand is, dan je misschien had gewild. Komt dit vaak voor, kies er dan voor om de beeldverhouding in de nabewerking aan te passen. Je kunt de foto dan croppen hoe je zelf wilt, in het formaat wat voor jou het beste werkt.

Ga bewust om met aspect ratio

Het is aan te raden om bewust om te gaan met de beeldverhoudingen in je foto. Werk je bijvoorbeeld wel eens in opdracht? Vraag de klant dan van te voren wat ze met de foto’s gaan doen. Zo kun je niet alleen bepalen of je je foto’s liggend of staand maakt, maar ook in welke aspect ratio je ze aanleveren zal.