Foto

De zon is net onder; het blauwe uur dient zich aan! Vrijwel elke minuut zijn de kleuren anders. Stadgezichten, landschappen, vergezichten, gebouwen en tal van andere onderwerpen laten zich prachtig vastleggen tijdens deze korte periode van speciaal licht. We versterken het avondkarakter van onze avondfoto.

In deze bewerking in Lightroom Classic nemen we je mee in het optimaliseren van een fraai uitzicht over een pittoresk stadje tijdens het blauwe uur. We brengen details terug, geven een echt avondkarakter mee en versterken de verschillende tinten blauw in deze fraaie overzichtsfoto.

Kleine stappen, grote impact

Nabewerken in Adobe Lightroom kan op talloze manieren. Je kunt hier eindeloos in doorgaan. In deze bewerking laten we juist slechts enkele stappen zien, zonder door te slaan in de vele mogelijkheden die het programma heeft. Zo zul je merken dat je ook met slechts enkele stappen je foto volledig kunt optimaliseren.

Belichting aanpassen

Importeer je foto in Lightroom Classic. Het meest gebruikte paneel, is het paneel Standaard, wat je rechts in beeld ziet in het venster van de module Ontwikkelen.

Met de aanpassing van slechts enkele schuiven, ondergaat de foto al een complete metamorfose. Met name de schuiven Hooglichten en Schaduwen zijn magisch. Breng de schuif bij Schaduwen een stuk naar rechts. Kies in dit voorbeeld voor een waarde van ongeveer +75. De schaduwen krijgen een enorme boost. Breng de schuif bij Hooglichten naar beneden naar een waarde van -70. Zo ontstaat er een fantastische voorstelling van een schijnbaar nog lange zomeravond.

Door de schuif bij Belichting nog een klein beetje naar de plus te schuiven, wordt het levendige karakter nog wat extra opgepoetst. Mogen de kleuren nog wat extra ondersteuning? Breng dan slider bij Verzadiging naar +15.

De schuiven in het paneel Standaard gebruik je naar smaak. Experimenteer en kijk wat je mooi vindt. Juist dát is het mooie van nabewerken. Je legt je eigen ziel en zaligheid erin.

Het aanpassen van slechts vier schuiven brengt al magie in deze foto.

Horizon rechtzetten

Wellicht was het je al opgevallen: de horizon in onze foto staat een heel klein beetje scheef. Dit kunnen we snel en adequaat oplossen met de tool Uitsnijdbedekking. Dit is het eerste pictogram in de gereedschapsbalk, vlak onder het histogram. Klik op dit icoon om de Uitsnijdbedekking te activeren. In het scherm dat zich nu opent, vind je een waterpas. Klik daarop en hij blijft als het ware aan je muis hangen. Je kunt nu met deze waterpas in je afbeelding een lijn trekken over de scheve, denkbeeldige horizon. Dit doe je met ingedrukte muisknop. Zodra je de muis loslaat, zal Adobe Lightroom Classic de afbeelding corrigeren en het geheel rechtzetten. Klik vervolgens op Gereed om de tool te sluiten.

Met de waterpas corrigeer je razendsnel een scheve horizon.

Blauwe kleur versterken

In het blauwe uur kleurt de lucht als vanzelfsprekend blauw. Afhankelijk van je belichtingsmethode, kan die blauwe kleur in je foto toch wat tegenvallen. Het blauw kan richting grijs gaan neigen. Lightroom Classic biedt ongekende mogelijkheden om kleuren te versterken!

Alle kleuren of specifiek?

Normaliter versterken we de kleuren eenvoudig met de schuiven bij Levendigheid of Verzadiging. Echter versterk je daarmee alle kleuren. En dat willen we nu niet: in deze bewerking willen we alleen nog aanpassingen doen in het blauw. Ga hiervoor naar het paneel HSL/Kleur aan de rechterzijde van je scherm en klik op het woord HSL. Je ziet nu een onderverdeling van de verschillende kleuren.

HSL

In het paneel HSL/Kleur kunnen we iedere kleur afzonderlijk onderhanden nemen. We kunnen per kleur de volgende aanpassingen doen, door te klikken op de betreffende tabbladen.

Kleurtoon: hiermee kunnen we de kleurtoon veranderen.

Verzadiging: hiermee versterken we de gekozen kleur.

Luminantie: hiermee maken we de kleur doffer of meer weerkaatsend.

In het HSL-paneel kun je kleuren afzonderlijk aanpassen.

Nauwkeurig kleurkiezen

Klik op het tabblad Verzadiging. We willen in onze foto het blauw wat extra versterken. Maar moeten we dan kiezen voor de aanpassingen op blauw? Of aqua? Beide tinten liggen in elkaars verlengde. Vaak is het erg lastig om exact te bepalen welke kleur je moet kiezen. En daarvoor heeft Lightroom Classic een geweldige tool. Linksboven in dat HSL-paneel zie je (net onder het woord Kleurtoon) een klein rondje met een puntje erin. Klik je daarop, dan kun je de kleuren die je wilt aanpassen, heel gemakkelijk in de afbeelding aanwijzen. Klik dus op het rondje met het puntje. Ga nu met je muis (met dat tooltje ‘eraan vast’ dus) in je foto naar het onderwerp waarvan jij de kleur wilt beïnvloeden: de blauwe lucht.

Druk de muisknop in, en Lightroom Classic herkent automatisch om welke kleur het gaat. Ook de aangrenzende kleur zal Lightroom meenemen in zijn aanpassingen. Het enige dat je nog hoeft te doen is met je ingedrukte muisknop, de muis naar boven of beneden te slepen. Je zult zien dat de verzadiging van de blauwe lucht verandert wanneer jij je muis beweegt. Klik vervolgens op Gereed.

Elke kleur

Op deze manier kun je elke kleur in je foto naar wens aanpassen. Dit kan natuurlijk ook goed bij foto’s van het gouden uurtje of nog heel andere situaties. Samengevat:

Ga naar het paneel HSL/Kleur.

Kies of je Kleurtoon, Verzadiging of Luminantie wilt aanpassen.

Klik op het rondje met het puntje.

Beweeg je muis in je afbeelding naar de kleur die je wilt aanpassen.

Druk je muisknop in en beweeg met de ingedrukte muisknop naar boven of beneden om de wijzingen in gang te zetten.

In je HSL-paneel zie je de waarden veranderen terwijl je je muis aan het bewegen bent.

Klaar? Laat je muis los en klik op Gereed.

Luminantie

Om de lucht een avondgloed mee te geven, passen we ook nog de luminantie aan. Klik hiervoor op het tabblad Luminantie. Gebruik weer het rondje met het puntje en ga op dezelfde manier als hiervoor te werk. Trek de ingedrukte muis naar je toe (naar beneden) om de blauwe lucht wat donkerder te maken. Of liever gezegd: doffer. De waarden van de schuiven veranderen automatisch mee.

De blauwe lucht wordt donkerder en krijgt aan avondgloed.

Lens-afwijkingen

Heldere luchten laten soms in foto’s wat donkere hoeken zien. Ook in onze foto komt dat voor. Dit noemen we ‘vignettering’ of ‘vignetting’ en wordt veroorzaakt door je lens. Door de afbuiging van het licht, raakt datzelfde licht net niet in de volle sterkte de hoeken van je sensor. Dit gebeurt met name als je met een laag F-getal fotografeert. Bijna alle lenzen veroorzaken deze kleine onvolkomenheid, hoewel het niet altijd opvalt. In jpeg-afbeeldingen wordt het vaak door de bewerkingssoftware van de camera zelf opgelost. In raw-bestanden is je beeld onaangetast, dus zul je zelf voor een oplossing moeten zorgen.

Lenscorrectie

Zoek in de rechterzijde van het Lightroom-venster naar het paneel Lenscorrecties. Als je dit paneel hebt gevonden, ontdek je twee tabbladen: Profiel en Handmatig. In de handmatige sectie kunnen we zelf aanpassingen doen. Dit betreft het oplossen van lensproblemen als ton- en bolvorming en tal van andere zaken. Meestal hebben we die handmatige correctie niet nodig. Lightroom beschikt namelijk over tal van gegevens over tientallen verschillende objectieven en weet daarmee precies wat er per lens gecorrigeerd zou moeten worden. Zo kan Lightroom automatisch het vignetteringsprobleem oplossen, maar ook vreemde vervormingen die eventueel aan het gebruik van een bepaalde lens te danken is.

Kleurafwijkingen

Klik op het tabblad Profiel, en zet een vinkje bij Kleurafwijking verwijderen. Dit impliceert dat Lightroom in staat is om kleuren te veranderen, maar dat is het kader van deze functionaliteit geenszins waar. Wie wel eens van ‘chromatische abberatie’ heeft gehoord, weet dat dankzij lensfouten soms hinderlijke groene of paarse randen ontstaan langs contrastrijke randen, zoals langs gebouwen of de takken van een boom. Dit is wat Kleurafwijking verwijderen voor je oplost.

Automatische aanpassing

Zet ook een vinkje bij Correcties profiel inschakelen. De kans is groot dat meteen daarna je foto een verandering ondergaat. Je gebruikte objectief wordt waarschijnlijk direct door Lightroom herkend. Het programma graaft in zijn database naar de lensfouten die bij dat model horen en repareert ze ter plekke. Wordt je lens niet meteen herkend, dan kun je de gebruikte lens kiezen bij de dropdown-menu’s merk en model. Dan alsnog wordt daarna de juiste correctie toegepast. Mocht de gebruikte lens er niet tussen staan, dan is het tijd om alsnog de aanpassingen handmatig te doen.

Door lenscorrecties toe te passen, verdwijnt onder andere de vignettering.

Vlekken verwijderen

Deze foto bevat een paar vlekken, die het gevolg zijn van een sensor die niet helemaal schoon was. Dit soort vlekken kunnen zich trouwens ook tentoonstellen door muggen die tijdens het blauwe uurtje vrolijk door je compositie dansten.

Dit soort vlekken kun je eerst nog verwijderen, voordat je de foto opslaat. 

Eindresultaat

Onze bewerking is af. We hebben de foto, die we tijdens het blauwe uur maakten, met name versterkt in zijn blauwe kleuren. Door deze én te versterken én wat doffer te maken, ontstaat die karakteristieke avondsfeer. De schuiven in het standaardpaneel hebben geholpen juist de details wat extra bloot te leggen.

Zo zie je dat je geen ellenlange bewerking nodig hebt om een foto naar een hoger niveau te tillen. Slechts enkele aanpassingen kunnen geweldige resultaten bieden.

In ons eindresultaat heeft het blauwe uur veel meer sfeer gekregen.
 
 
Mis je in jouw foto details in de donkere of juist in de lichte delen van je foto? Zijn de donkere delen helemaal zwart, of de lichte delen uitgebeten wit? Dan kun je gebruikmaken van de hdr-techniek. We leggen uitgebreid uit hoe dit werkt.

Details! Daar draait het vaak om. In welke vorm van fotografie dan ook. Juist scherpstellen, de perfecte instellingen kiezen én uitgekiend belichten. Dat is een belangrijke basis voor een succesvolle foto.

En toch komt het voor dat je foto ondanks een perfecte scherpte toch belangrijke details mist, zoals in de schaduwpartijen van je foto. Of juist in de lichte delen. De camera lijkt dan moeite te hebben gehad in het overbruggen van de sterke contrastverschillen. De oplossing? High dynamic range, oftewel: hdr!

Beperkingen van je camera

Camera’s lijken slimme machines. Ze beschikken over talloze functies en mogelijkheden. Hoe nieuwer het model, hoe verbluffender de verzameling features die onder motorkap gehuisvest liggen. En toch kent iedere camera ook vandaag de dag nog een belangrijke tekortkoming: het dynamische bereik.

Met het dynamische bereik wordt aangegeven in hoeverre je camera in staat is om de verschillen tussen licht en donker weer te geven. En hoewel dit steeds beter wordt met het verschijnen van iedere nieuwe camera, is het nog steeds niet optimaal.


Een zonsondergang kent extremen tussen licht en donker.MijkeExif onbekend

Licht of donker

Herinner je je die zonsondergang nog die je ooit fotografeerde? De lucht was mooi, maar de schaduwpartijen in de luchten liepen dicht. Of dat landschap, waarbij de velden diepgroen kleurden, maar waarbij de blauwe lucht in een grijze massa veranderde? Het zijn typisch voorbeelden van het gebrek aan dynamisch bereik.

Een camera kan in principe maar één ding tegelijk: óf de details in de lichte delen van een foto vastleggen (in de hooglichten) waarbij de schaduwen dichtlopen, óf het juist vastleggen van de schaduwpartijen waarbij de lucht vaak overbelicht raakt. In de nabewerking kunnen we deze uitersten vaak nog een stukje naar elkaar toebrengen, maar het blijft lastig.

Over- en onderbelichtingen

We blijven even in het voorbeeld van een landschap. Als er een sterke zon boven de horizon hangt, is het lastig om alles in de foto goed weer te geven. Maak je hierbij een ‘juiste’ (gemiddelde) belichting, dan zal alles uiteindelijk helaas vlak zijn als er zulke extremen van licht waarneembaar zijn. De lucht zal niet optimaal zijn en ook de rest van de afbeelding niet.

Willen we die lucht nu juist goed belicht hebben, dan zouden we onze foto bewust iets moeten onderbelichten om de sterke zon niet uit te laten bijten. De lucht zal prachtig worden, maar de rest in onze foto wordt ook donkerder. Het gevolg is dat schaduwen dicht beginnen te lopen.

Willen we het landschap per se goed belicht hebben, dan kunnen we ervoor kiezen om onze foto een klein beetje over te belichten. Er zal dan in de schaduwpartijen meer detail ontstaan, maar het karakter van de lucht verdwijnt.

Bewust onderbelichten brengt wel karakter in de lucht, maar laat schaduwen in het landschap dichtlopen.
Dankzij een bewuste overbelichting is er meer detail in de schaduwen, maar mist de lucht karakter.

Extreme verschillen

De conclusie mag zijn dat als er extreme verschillen tussen licht en donker in één enkele compositie aanwezig zijn, dat het een kwestie van kiezen wordt: óf de hooglichten optimaal óf de schaduwen.

De oplossing: hdr

Maar we willen eigenlijk helemaal niet kiezen. We willen in één foto overal details zien. En dát kan! Hiertoe moeten we gaan werken met hdr. Hdr staat voor high dynamic range, vrij vertaald: hoog dynamisch bereik. Dankzij de hdr-techniek is het mogelijk om in alle delen van de foto optimaal details te laten zien.

Lichtintensiteit

We spreken hierbij over drie lichtintensiteiten in een foto: schaduwen, middentonen en hooglichten. Met de schaduwen bedoelen we als vanzelfsprekend de donkere delen in een foto. De hooglichten omvatten de lichtere delen in een foto. Alles wat daar tussenin zit, zijn de middentonen.

Meerdere foto's

Een hdr-foto wordt gemaakt door meerdere foto’s te combineren. Hierbij blijft bij iedere opname de compositie gelijk. De reeks foto’s die gemaakt wordt, wordt later samengevoegd met software om het hdr-beeld te genereren. Het basisprincipe is eenvoudig: we maken een juist belichte foto, een onderbelichte foto en een overbelichte foto.

In de onderbelichte foto zijn de hooglichten perfect in beeld gebracht. De normaal belichte foto laat juist de middentonen goed zien. Als laatste zorgt de overbelichte foto voor perfecte details in de donkerste delen van de foto. Door deze drie foto’s te combineren in software, wordt uit iedere afzonderlijke foto het juiste deel gekozen. Deze juiste delen worden samengevoegd tot een uiteindelijk resultaat.

Het principe van drie foto’s: een onderbelichte, een neutrale en een overbelichte foto.
De hdr-foto uit deze drie beelden na het samenvoegen in software.

Foto's maken voor hdr

De hdr-techniek zorgt er dus voor dat we schijnbaar onoverbrugbare contrasten tóch kunnen oplossen. Door simpelweg foto’s met verschillende belichtingen samen te voegen, wordt dit mogelijk. Let wel op dat je consistent werkt. De scherpstelling moet telkens gelijk zijn, en het diafragma en je iso-waarde ook.

Werk ook het liefst in raw in plaats van in jpeg, dan heb je nog meer bewerkingsmogelijkheden.

Stappenplan

Het beste is om als volgt te werk te gaan:

  • Zet je camera op statief.
  • Schakel je beeldstabilisatie uit.
  • Kies je compositie.
  • Werk op de M-stand en kies je sluitertijd, diafragma en iso. Zorg dat je lichtmeter op 0 uitkomt.
  • Maak je eerste foto.
  • Pas je sluitertijd aan, zodat de lichtmeter op -1 uitkomt.
  • Maak je tweede foto.
  • Pas je sluitertijd aan, zodat de lichtmeter op +1 uitkomt.
  • Maak je derde foto.

Drie foto's

Vaak zijn drie foto’s voldoende. Maar als de verschillen tussen licht en donker extreem zijn, moet je wellicht extra foto’s maken. Vijf in totaal. Of zeven. Altijd een oneven aantal, en het aantal stops dat je de min ingaat, moet je in principe ook de plus in. Het is als een weegschaal die in evenwicht moet zijn. Zo krijg je het perfecte resultaat.

Heb je de reeks foto’s gemaakt? Dan kunnen ze samengevoegd worden. In het cursusonderdeel Nabewerking, verderop, laten we je zien hoe dat gaat!

Een subtiele hdr van een zonsondergang.Quirijn MarijsNikon D750 · ISO 71 · F 16 · HDR van meerdere belichtingen · 17 MM

Bracketing-functie

Wil je het jezelf een beetje makkelijker maken? Je camera beschikt hoogstwaarschijnlijk over een bracketing-functie, waarmee de verschillende belichtingen automatisch ingesteld worden. Je hoeft dan zelf alleen maar in te stellen hoeveel foto’s je wilt maken en hoe groot de stappen in belichtingsverschillen moeten zijn. De camera doet de rest voor je!

Kies je bijvoorbeeld voor 3F of 1EV, dan zal de camera drie foto’s maken met telkens één stop verschil in de belichting.

Voorbeeld van een bracketing-functie op een camera.

Nét anders: avond-hdr

We hebben kunnen zien dat de hdr-techniek problemen oplost als er sterke contrasten aanwezig zijn tussen licht en donker in een compositie. Hierbij kunnen we denken aan landschappen, zonsondergangen of stadsgezichten met sterke schaduwen. Maar wat te denken van de pittoreske straatjes in de avond tijdens een wandeling door de stad? Heb je gezien hoe fel de straatlantaarns schijnen en hoe ze de donkerste schaduwen werpen op de natte straat, terwijl de maan van oude kaas de luchten kleurt? Er is geen lastiger licht dan het licht van de stad. Dat licht vraagt om een speciale aanpak!

Avondfoto

De foto op deze pagina laat in één oogopslag zien wat de problemen in de avond kunnen zijn. De straatlantaarns zijn fel. Zo fel zelfs dat de lichten nu uitgebeten zijn en daarmee dus erg overbelicht. Maar tegelijkertijd zie je dat de donkere schaduwen inktzwart zijn en geen enkel detail meer laten zien. Het is net als de zon boven een landschap, maar de avond is veel extremer. Om deze belichtingsverschillen op te lossen, moeten we rigoureus te werk gaan.

Een straatje in Zwolle: dit krijgen we niet in één keer goed belicht gefotografeerd.Tom Reuvers - Sony A7 III · ISO 200 · F 11 · 8 SEC · 35 MM

Wederom hdr

Bij landschappen of een zonsondergang hadden we de oplossing snel voor handen. Men neme hdr, je kiest voor verschillende belichtingen en voilà: een fantastisch eindresultaat is geboren.

In de avond hetzelfde trucje toepassen? Helaas! Je zult bedrogen uitkomen. Zelfs je bracketing-functie of eventuele ingebouwde hdr-functie in je camera laat je volledig in de steek. Je zult niet het resultaat in optima forma bereiken.

Hdr, maar dan anders

Even kort terug naar het basisprincipe: we maakten voor de hdr-foto een goed belichte foto, een onderbelichte foto en een overbelichte foto. Bij veel contrast maakten we er meer. De belichting wordt telkens alléén geregeld door de sluitertijd aan te passen.

We werken in hele stops. Van 0 naar -1 en naar +1 op de lichtmeter. Eventueel nog naar -2 en +2. Of zelfs -3 en +3. Hdr is net een weegschaal die in balans moet komen. Bij de weegschaal naar de minwaarden worden de sluitertijden korter en naar de pluswaarden langer. En daar komt het euvel: bij felle straatlantaarns en zeer donkere schaduwen is zelfs +3 en -3 te weinig om de intense lichtverschillen op te vangen.

Schrik niet. Om de felheid van straatlantaarns op te vangen, moet er misschien wel tot acht of negen stops onderbelicht worden. Houden we de weegschaal aan, dan zou er dus ook tot acht of negen stops overbelicht moeten worden. Echter worden de sluitertijden dan ontzettend lang, met name als we de iso ook nog laag willen houden. Een bijkomend probleem bij flink overbelichten is het ontstaan van lensflare en vlekken, die de lantaarns laten ontstaan. Daarom werken we met avond-hdr net wat anders: we vergeten de weegschaal, en we vergeten het oneven aantal foto’s.

Foto's maken voor avond-hdr: Stappenplan

Bij het maken van foto’s voor avond-hdr, maak je ook weer een reeks foto’s. De scherpstelling en de compositie moeten als vanzelfsprekend weer de gehele reeks gelijk zijn. En probeer je iso ook laag te houden.

Basisfoto

Bij avond-hdr werken we als basis weer vanuit een foto waarbij de belichting volgens de lichtmeter juist is. De lichtmeter staat daarbij dus in het midden, op nul. Als je je foto maakt, zullen er problemen zijn in zowel de hooglichten als de schaduwen. Dat is normaal.

  • Zet je camera op statief.
  • Schakel je beeldstabilisatie uit.
  • Kies je compositie.
  • Werk op de M-stand en kies je sluitertijd, diafragma en iso. Zorg dat je lichtmeter op 0 uitkomt.
  • Maak je eerste foto.
De eerste foto uit de reeks. De lichtmeter staat op 0.

Overbelichting

Voor de rest van de reeks werken we weer twee kanten op. Ga eerst iets overbelichten, zodat je zeker weet dat je de schaduwen goed belicht hebt.

  • Pas je sluitertijd aan, zodat de lichtmeter op +1 uitkomt.
  • Maak je tweede foto. Kijk of dit voldoende is. Zo niet, maak dan ook nog een foto met de lichtmeter op +2. Zijn de schaduwen voldoende belicht, dan ga je verder.

Onderbelichting

Nu maken we de rest van de reeks. Dit zullen bij avond-hdr best veel onderbelichte foto’s zijn.

  • Pas je sluitertijd zodat je lichtmeter op -1 uitkomt. Als je je sluitertijdwiel naar rechts draait, voel je weerstanden: klikjes. Drie klikjes zijn één stop.
  • Maak nu je eerste onderbelichte foto.
  • Maak de sluitertijd weer één stop donkerder (geef je draaiwiel dus drie klikjes naar rechts) tot de lichtmeter op -2 staat.
  • Maak je volgende foto.
  • Maak de sluitertijd weer korter zodat je één stop donkerder uitkomt. Niet elke lichtmeter laat dit verder dan -3 nog zien, dus maak gebruik van telkens drie klikjes per volgende foto.
  • Enzovoort.
Een hele reeks foto’s in de avond-hdr-serie.

De laatste foto

Hoeveel foto’s je moet maken, is afhankelijk van de sterkte van de lampen. Een sterke lamp vraagt om meer onderbelichting dan een minder felle lamp. Zodra je bezig bent met het maken van je reeks foto’s, check je na iedere gemaakte foto het resultaat. Pas op dat je niet per ongeluk je statief aanstoot of dat je je camera verdraait. De laatste foto is gemaakt als je ontdekt dat alle details zichtbaar zijn in de felste lampen en lantaarns. Details zichtbaar? Dan ben je klaar.

Ontdek je toch nog een overbelichting, dan ga je door met je reeks. Dat er in de laatste foto genoeg detail beschikbaar is in het felste licht, is ongelooflijk belangrijk. Liever maak je een foto teveel (die je dan niet gebruikt bij het samenvoegen) dan dat je met net te weinig beelden thuiskomt. Elf of twaalf foto’s in een totale reeks is geen uitzondering bij avond-hdr.

De laatste foto uit de reeks: donker, maar met details in de lichtste delen.

Samenvoegen

De reeks is gelukt! Je hebt een hele serie foto’s handmatig gemaakt. De laatste schakel in het proces van hdr is het daadwerkelijke samenvoegen. Dit kan in gerenommeerde programma’s als Adobe Lightroom, Photoshop of Affinity Photo. Ook is er goedkopere of zelfs gratis software beschikbaar voor deze klus.

Het samenvoegen tot een hdr is niet moeilijk, maar het nemen van de juiste stappen bepaalt wel je uiteindelijke topresultaat. Juist daarom hebben we het samenvoegen en nabewerken van de hdr-foto ondergebracht bij het onderdeel Nabewerking van deze cursus. Je kunt daar stap voor stap het proces volgen en nadoen!

Het eindresultaat van de avond-hdr.

Een van de belangrijkste eigenschappen van Photoshop is dat je een document kunt opdelen in zogenaamde lagen. We leggen je uit wat een laag inhoudt en wat je er mee kunt!

Wat is een laag?

Een laag is als een transparant velletje dat je op de foto legt. Hierin zit dan een deel van het beeld. Omdat je dat velletje vrij kunt verschuiven en apart kunt bewerken, is dit heel geschikt voor bijvoorbeeld beeldmontages. Zo kun je een achtergrondbeeld hebben en daarboven een ingemonteerd object in een eigen laag. Dat object kun je dan altijd nog verschuiven of van kleur veranderen, zonder dat de rest van de foto daardoor verandert. Er zijn niet alleen ‘gewone’ lagen met pixels erin, maar ook tekstlagen en speciale aanpassingslagen.

Achtergrondlaag

Als je in Photoshop een nieuw document opent, zie je in het lagenpalet het icoontje van één laag, met de naam Achtergrond. Ook bij een gewone foto (bijvoorbeeld vanuit Lightroom naar Photoshop gestuurd) waarin nog niets bewerkt is, zal dat het geval zijn. Technisch gesproken is dit eigenlijk geen laag en spreken we in dit geval ook over een ‘document zonder lagen’. Het is echter mogelijk om van een achtergrondlaag een ‘echte’ laag te maken, zonder dat er een nieuwe achtergrondlaag daaronder ontstaat. Je moet je voorstellen dat er dan wel sprake is van een achtergrond, maar dat dit een transparante achtergrond is. Om een echte laag te maken van een achtergrondlaag, dubbelklik je op het icoontje. Je krijgt dan een dialoogvenster, waarin je ook meteen een naam aan die laag kunt geven. Dat is ook een opvallend verschil: de achtergrondlaag heet altijd Achtergrond; een echte laag kun je zelf een naam geven door op de naam in het lagenpalet te dubbelklikken. Als je de Alt-toets ingedrukt houdt bij het dubbelklikken, sla je het dialoogvenster over en wordt de laag gewoon Laag 0 genoemd.

Als je naar het lagenpalet kijkt, zie je de lagen in volgorde van boven naar beneden, met de eventuele Achtergrond onderop. Uiteraard is de volgorde van de lagen van belang voor de manier waarop je het resultaat in de foto ziet. Soms zul je die volgorde dus nog willen veranderen. Dat gaat heel simpel door een laag met de muis op te pakken en te verslepen naar de positie waar je hem wilt hebben. Alleen de Achtergrond kun je niet verslepen. Als je die op een andere plaats in het stapeltje wilt hebben, moet je er eerst een gewone laag van maken.


De foto die opent in Photoshop wordt direct de achtergrondlaag.

Tekstlaag

Naast gewone lagen, waarin pixels zitten, kent Photoshop ook nog andere soorten lagen. Een tekstlaag is een laag met letters erin. Als je het Tekstgereedschap kiest en begint te typen, ontstaat automatisch een tekstlaag. Tekst in een aparte laag heeft diverse voordelen. Ten eerste kun je op ieder moment de tekst nog veranderen als je bijvoorbeeld een typfoutje ontdekt of toch een ander lettertype of een andere lettergrootte wilt gebruiken. Ten tweede kun je de tekst zo nog verschuiven ten opzichte van het beeld. Verder kun je allerlei fraaie effecten aan een laag toevoegen, zoals ‘diepte’ of een schaduw. Als je de cursor op het Tekstgereedschap zet en de muisknop even ingedrukt houdt, krijg je nog een aantal andere tekstgereedschappen. Hiermee kun je bijvoorbeeld verticaal typen of een tekst binnen een bepaalde selectie of vorm zetten.

Aanpassingslaag

De derde soort laag die we behandelen, is een heel bijzondere laag. Als je aanpassingen aan foto’s doet, kun je die direct op de foto toepassen. Je kunt bijvoorbeeld het contrast aanpassen met Afbeelding, Aanpassingen, Curven. Het nadeel van dit direct op de foto werken is dat zo’n aanpassing meteen definitief is. De pixels zijn definitief veranderd van kleur en/of helderheid. Dat draai je niet zomaar weer terug.

Daarom kent Photoshop voor veel correcties een alternatieve methode, namelijk via een Aanpassingslaag. Het effect van bijvoorbeeld een Curven-aanpassingslaag is precies hetzelfde als wanneer je Curven direct op de foto toepast. Het verschil is echter dat die aanpassingen nu in een aparte laag zitten. Hierbij blijven de pixels eronder gewoon zoals ze zijn. Door de aanpassingslaag te selecteren, kun je in het Eigenschappen-palet de instellingen op ieder moment nog veranderen. Ook kun je de laag gewoon weer weggooien als je je bedenkt (sleep hem naar het prullenmandje). Een aanpassingslaag is dus een ‘niet-destructieve’ correctie.

Een aanpassingslaag is een niet-destructieve bewerking omdat je de instellingen op ieder moment nog gewoon kunt veranderen. Bevalt de correctie helemaal niet, dan gooi je de laag gewoon weer weg door hem naar het prullenmandje te slepen.

Slim object

Een bijzondere versie van een laag is het Slim object. Hierbij wordt de originele inhoud van de laag bewaard en wordt die steeds opnieuw gebruikt om de laag te renderen. Zo kun je bijvoorbeeld een raw-bestand als Slim object opnemen. Vanuit Lightroom kun je dit doen door te kiezen voor Foto, Bewerken in, Openen als slim object in Photoshop. Als je dubbelklikt op zo’n Slim object-laag, krijg je het Camera Raw-dialoogvenster te zien en kun je alsnog de Camera Raw-instellingen aanpassen. Via Slimme objecten worden veel bewerkingen ‘niet destructief’, omdat je gewoon de instelling van de bewerking aanpast. Vervolgens wordt de laag opnieuw gerenderd. Niet iedere bewerking is echter op een Slim object toe te passen. Zo kun je bijvoorbeeld het Kloonstempel of de Retoucheerpenselen niet gebruiken op een Slim object. Je kunt ook een aantal lagen samenvoegen tot één Slim object.

Vanaf zaterdag 30 januari is ons online fotomuseum open. Het unieke van het museum zit in de combinatie van beeld en woord. Met audiofragmenten en een podcast geeft de fotograaf een kijkje achter de schermen. Daardoor ontstaat een bijzondere beleving van het werk. En biedt het inspiratie voor anderen.

24/7 geopend
Ontstaan in tijden van beperking, maar met de blik op mogelijkheden. Passend bij het thema van het festival van Apeldoorn Photo: ‘In de beperking toont zich de meester’ biedt het museum fotografen de mogelijkheid hun werk te tonen. Bezoek het museum waar en wanneer het jou uitkomt. Anders dan een portfolio op een website, of posts op sociale media zie je hier beelden die een geheel vormen en het verhaal vertellen. En ben je tevreden, dan is het mogelijk om een kleine donatie achter te laten.

Exposities
Het museum start met twee exposities. ‘#opwegindemist’ en ‘Mooi Volk’ van Stadsfotograaf Sven Scholten. Zijn project heeft in de Grote Kerk van Apeldoorn gehangen. Maar helaas is ook deze locatie gesloten in verband met de Lock down. Een selectie van het werk is te zien. Elk beeld met een audio toelichting door Sven en de eerste aflevering van ’Beeldpraat', de podcast over fotografie.

Deze exposities zijn het begin, we streven naar steeds wisselende exposities net als in een fysiek museum. We nodigen fotografen uit om te exposeren in ons museum. Goed om te weten dat elke expositie altijd voorzien wordt van audiofragmenten en een podcast, met en door de fotograaf. Samen met de fotograaf maken wij daarvoor een plan.

Veel plezier in het online museum van Apeldoorn Photo

IJsvogels kun je in principe overal vinden waar water is. Zelfs op sommige plekken waar zout water is, kun je de ijsvogel zien. Toch zijn er plekken waar je hem vaker tegenkomt dan op andere plekken. Voordat we al die locaties aan je weggeven, hebben we eerst een paar tips voor je om ze op de foto te zetten. Een ijsvogel fotograferen is namelijk niet altijd even makkelijk. Het zijn kleine vogeltjes en ze zijn enorm snel. De ijsvogel nestelt in een steile wand naast het water. Je ziet de ijsvogel vaak op een laaghangende tak zitten, zoekend naar een visje om te vangen.

Criteria voor een leefgebied voor de ijsvogel

Het leefgebied van de ijsvogel moet aan de volgende criteria voldoen. Heeft een gebied bij jou in de buurt al deze punten? Dan is de kans groot dat je hier ijsvogels kunt vinden.
- Visrijk water, waar visjes in leven die de ijsvogel kan eten
- Voldoende begroeiing waarvandaan de ijsvogel kan jagen, in de vorm van bomen of struiken
- Nestelplekken, waar de ijsvogel ook tot rust kan komen en waar hij dus niet constant opgejaagd wordt door passerende auto's, wandelaars of honden


Foto: Fotografie-gino

Neem je telelens mee

Wanneer je ijsvogels (of vogels in het algemeen) gaat fotograferen is het handig om dat niet met een groothoeklens te gaan doen. Je hebt een telelens met een flink bereik nodig om deze kleine vogeltjes op de foto te zetten, aangezien je natuurlijk niet echt dichtbij kunt komen. Aangezien het enorm lastig is om je camera op 600 mm stil genoeg te houden om een foto te maken, is het ook handig om een rijstzak of statief mee te nemen. Zo heb je al snel een stuk minder last van bewegingsonscherpte.


Foto: Harry57

Instellingen

IJsvogeltjes zijn enorm snel. Wanneer ze stil op een tak zitten, kun je best een iets tragere sluitertijd gebruiken. Wanneer je ze echter in vlucht wilt fotograferen, of bijvoorbeeld wanneer ze net een vis uit het water pikken, is een hoge sluitertijd een absolute must. Kies daarom het liefst een lens met een vast diafragma, zodat je niet alleen een mooi zachte achtergrond krijgt, maar je ook gebruik kunt maken van een optimale lichtinval.


Foto: MartijnvanSabben

Wees heel stil en heb geduld

De natuur werkt niet op tijd. Het kan dus best zijn dat je een tijdje moet wachten voor je een ijsvogel spot. Wacht daar rustig op en maak niet te veel geluid, je wilt de dieren namelijk niet weg jagen. Wanneer je naar een wat drukker bezocht gebied gaat (zoals een wandelgebied) is het slim om op tijden te komen waarop er nog niet zo veel mensen zijn, zoals vroeg in de ochtend of met zonsondergang. Zo loop je minder kans dat de ijsvogel, die je net voor je lens hebt, opschrikt van een wandelaar of een hond die door het struikgewas struint.

Lees ook: basiscursus vogelfotografie

Locaties om de ijsvogel te spotten

- Nationaal park de Biesbosch
- Uitkijktoren Ooltgensplaat Hellegatsplaten
- Rivier de Lek
- Vogelplas Starrevaart
- Kleine Bolspolder
- Oostvoornse Meer
- Vogelkijkhut de IJsvogel
- Vogelijkhut Amalia
- Amsterdamse Waterleidingduinen
- Bert Bospad
- Nationaal Park Lauwersmeer
- Vogelkijkhut De Zeearend

Ga je op pad? Check dan ook even Waarneming.nl. Op deze website kunnen mensen het invullen wanneer ze een bepaalde diersoort hebben gespot. Zo kun je zien waar je het beste heen kunt voor de ijsvogel of een andere diersoort. Check ook de website Vogelkijkhut.nl, hier staan alle openbare vogelkijkhutten in Nederland geregistreerd.